de dief bestelen, de oplichter bedriegen
, de moordenaar vermoorden
de verkrachter verkrachten.. yes, we can!j
maar de dood kunnen wij niet doden
uiteindelijk kunnen wij niets
de dief bestelen, de oplichter bedriegen
, de moordenaar vermoorden
de verkrachter verkrachten.. yes, we can!j
maar de dood kunnen wij niet doden
uiteindelijk kunnen wij niets
I = Inge
Ik koester weerzin tegen je naaktheid
je leverbetraand vlees, Inge Tinge
Het ruikt naar zeehond
En bovendien
dat zgn. WEERGALOOS neuken
van Inuit-vrouwen ...
'Tropisch seks
binnen de Noordpoolcirkel...'
dat is een FABEL!
En Seks op een nucleaire NATO- basis
boven Nuuk
bij – 30 dertig graden Celsius?
Dat vermag enkel
Nanoek
een Eskimo
/ vwaarschijnlijk uit een Walt Disney-animatie
met voorverwarmde
edele
delen...
Hoor zijn (bi)polaire kreunen:
Make ICE-land HUMAN again
En de VS
Groenland!
Een ridder steekt zijn gehelmd hoofd
door het dak
ik ben een Schoorsteen
ik ben van hoge adel!
Zo ook mijn echtgenote
Ugghe! Ugghe
Jonkvrouw Rook
Café Groenland – een oom op de Kaap
Ik ben een Groenlander!
U toch ook?
Cor 'Lambermont
Hét familieverhaal dat in mijn jeugd op mij het meeste indruk maakte, was het verhaal van Oom Cor, ‘de Oom op de Kaap’. In de Jaren Vijftig was deze oom Cor de uitbater van het café Groenland, op Katendrecht, ‘op de Kaap’..
Eigenlijk was ‘oom’ Cor een oudoom, want de jongste broer van Servaes
Lambermont, mijn grootvader van moederszijde, maar in de familie werd hij
altijd ‘oom Cor ‘genoemd
De naam Lambermont zal u hier in Rotterdam weinig zeggen, maar in Maastricht ligt dat heel anders. De Lambermonts zijn namelijk het oudste en
eerbiedwaardigste brouwersgeslacht van Maastricht..
U, cafébezoeker, die zo gretig in de schuimkraag van uw Wieckse Witte bijt,
weet, dat dit de hemels product de vinding is van Godefroid Lambermont,de stamvader van mijn familie. Een ondernemende man, afkomstig uit Walenland ooit naar Maastricht gekomen en aldaar een brouwerij begonnen.
Zo succesvol, dat heden het product van zijn brouwkunst de Wieckse Witte een synoniem voor wit bier is geworden , zoals Pils dat sinds mensenheugenis voor
is blond bier.
Maar een echte Maastrichtenaar proeft nog wel degelijk het verschil tussen de Lambermontse Wieckse Witte en de diverse, hedendaagse povere imitaties. Een echte Maastrichtenaar bestelt in een Maastrichts café dan ook nooit een Wieckse Witte, als hij een witbier wenst te drinken , maar een Lambermont!
Er was iets met die oom Cor…De man had bijvoorbeeld obstinaat geweigerd het familiebedrijf in te gaan. Oom Cor zocht het avontuur. Hij wilde …..het zeegat uit. En dat heeft hij ook gedaan!
Sindsdien gold hij als het zwarte schaap van de familie. Want, zeg nou zelf, wat
moet een Maastrichtenaar op zee? Bovendien, is je kostje gekocht, kun je
medefirmant worden van de oudste en eerbiedwaardigste brouwerij van
Nederland, kies je voor … kok op wilde vaart. Wat is dat voor recalcitrantie!
Oom Cor was dus kok op de wilde vaart. En dat tot vlak voor de Tweede
Wereldoorlog.
Toen moet er iets zijn voorgevallen, waardoor hij van toen af aan, zeer tegen zijn zin, gedwongen was aan wal te blijven. Met geld, geleend van zijn vermogende broer, mijn grootvader Servaes Lambermont, is hij toen het café ‘Groenland’
alhier op de Kaap begonnen.
Ja, wat was er dan toch met die oom Cor aan de hand … dat wij, de Lambermonts van Maastricht, toch behoorlijk familieziek, die oom nooit eens opzochten!
Het feit dat hij zelfgemaakte zeemansballaden zong waarbij hij zichzelf
begeleidde op de trekharmonica, dat kon het toch niet zijn . . ? !
Was het dan, omdat hij ‘een houten poot’ had ?
Een heuse houten poot zoals de piraten in de stripverhalen die hebben, die woeste gasten met een zwart ooglapje voor hun oog en een krassende papegaai op hun schouder, was het natuurlijk niet. Het was een welgevormd Jaren Vijftig-
kunstbeen.
Niks mis mee eigenlijk.
Zij het natuurlijk dat oom Cor daar mee toch enigszins moeizaam liep. En dat moest wel de reden zijn, dacht ik als kind, dat oom Cor nooit eens zijn familie in Maastricht kwam opzoeken.
Want in die dagen, in die goeie, ouwe Wederopbouwtijd,was een treinreis
Rotterdam–Maastricht een hele bedoening, met irritante boemels en overstappen in Eindhoven en Sittard. Daar had onze gehandicapte oom blijkbaar geen zin in.
Maar ook andersom, wij, zijn Maastrichtse familie - allen gezond ter been! –
bezochten ook nooit eens oom Cor op de Kaap! Terwijl mijn vader toch over een auto beschikte. Dus we hoefden helemaal niet moeizaam met het spoor.
Minstens eenmaal in het jaar kwam ‘dat nooit eens naar Oom Cor’ in ons gezin ter sprake. En wel eind April, omdat oom Cor op veertien Mei jarig was, en hij
ons steevast twee weken van te voren per briefkaart - Greetings from
Katendrecht - uitnodigde om bij hem zijn verjaardag te vieren. Vanaf één uur
’s middags waren we welkom
“Zeg Mary,” zei dan mijn vader tegen mijn moeder : “Oom Cor nodigt ons
iedere keer weer uit.We kunnen toch niet eeuwig nee blijven zeggen. Zeker dit jaar niet, nu hij zestig wordt. Zullen we nu dan toch maar eens gaan?Het is zelfs een heel bijzondere dag voor Cor! Want… hij brengt een plaatje uit met zijn
Zeemansballaden onder de artiestennaam Cor Mundi bij Johnny Hoes en dat
plaatje wordt op veertien Mei aanstaande in Oom Cor’s cafè feestelijk ten doop gehouden. Lees maar. De titels van de Balladen staan in de Uitnodiging
opgesomd
“Johnny hoe?” fronste Maman haar fraai gevormde wenkbrauwen, want low
culture was aan haar niet besteed. Niks Johnny Hoes of Zangeres zonder naam!
Bachcantates! Mahler symfonieën!
Met minder nam Maman geen genoegen..
“Johnny je-weet- wel.” zei mijn vader: “ Die van Och, was ik maar bij moeder
thuis gebleven .Het was vorig jaar alsmaar op de radio! Dié Johnny Hoes! Die zit nu met zijn platenmaatschappij hier bij ons in Limburg, maar die komt
oorspronkelijk uit Katendrecht. Dat zal wel de connectie zijn tussen hem en
Cor.”
Nu moet ik even iets kwijt over mijn moeder Maria ‘Mary’ Lambermont, zaliger gedachtenis. Ze was in de Jaren Vijftig met gemak de mooiste vrouw van
Maastricht. En dan zult u zeggen, ja, dat zal wel, jij bent haar zoon, jij bent
bevóóroordeeld. Maar heel wat Maastrichtse heren dachten er ook zo over.
Sommigen verstoutten zich zelf avances te maken. Maar daar ging zij niet op in. Mijn moeder was hoogst vroom katholiek. En dat ging ver. Dat betekende in haar geval, behalve dat ze iedere morgen naar de vroegmis in de Sint Servaas ging en uitsluitende boeken las van katholieke (Mauriac) of tot het katholicisme bekeerde auteurs (Evelyn Waugh), absolute monogamie !
Uiterlijk leek Maman toentertijd wel wat op… de Hollywoodster Liz Taylor. En ze was, zeker in mijn ogen, een minstens zo groot actrice. Maman was dan ook de spil van de in Maastricht zeer gerenommeerde r.-k. amateurtoneelvereniging
“Sint Gelasius”. Jaarlijks had die vereniging zelfs een drama van Shakespeare op het repertoire!
Zo speelde mijn moeder bijvoorbeeld met groot succes Lady Macbeth! Als
negenjarige kon ik mijn ogen niet geloven. Was dat mijn moeder, die bitch? Hoe kon ze dat zo goed?
Maar ook in het Maastricht van alledag speelde Maman met verve haar rol
namelijk die van Grande Dame van Maastricht. Als oudste dochter van de
bierkoning van het Zuiden, Servaes Lambermont, meende zij daartoe gerechtigd
te zijn, zo niet Verplicht!. Ongeveer zoals Beatrix koningin van Nederland was, zo was Maman koningin van Maastricht. Ik kan het niet anders zeggen. .
“ Mat!” viel dan mijn moeder verontwaardigd uit tegen mijn vader : “ Stel je
voor! Wij uit de beste kringen van Maastricht, wij in de rosse buurt van
Rotterdam! In dat louche café van Cor, waar al die meiden, komen! . .En dan die
ordinaire vrouw van hem…. Ze zijn niet in de kerk getrouwd. En zelfs niet voor de Burgerlijke stand. Hij leeft in zonde met die del. Geen wonder dat God hem
met een kunstbeen heeft gestraft!”
Rosse buurt? Meiden? In zonde leven ? Door God Gestraft? Wat was dat
allemaal?
Maar ik, negenjarige, vroeg niets. En mijn broers al evenmin. Als kind in de
Jaren Vijftig had het geen enkele zin om ook maar iéts aan een volwassene te
vragen. Je kreeg toch nooit een zinnig antwoord. Zeker niet als het dat besmuikt gedoe van volwassenen seks betrof,. En dat scheen op Katendrecht nogal aan de
orde te zijn.
“ En die Johnny Hoes, die vind ik zo ordinair met die zogenaamd pikante liedjes van ‘m! Net als die door hem gepromote Zangeres zonder Stem! Daar wil je toch niet mee in één ruimte vertoeven! Die zeemansballaden van Cor die zijn vast en
zeker van hetzelfde laken een pak. Pure rauwe, volkse lolbroekerij! Dat heeft toch geen beschaving! Zo’n titel alleen al als de Ballade van het schele oog van Japie Scheel ..hoe verzin je het! Waarom niet De houten poot van ome Cor ? Als het dan toch zo nodig over iemand met een handicap moet gaan , waarom zingt hij dan niet over die van hemzelf…? Dat zou dan nog iets van klasse hebben. Maar Cor en klasse! Laat me niet lachen” viel Maman uit tegen mijn vader ; “ Mat, je wéét toch onder welke pijnlijke omstandigheden Cor aan dat kunstbeen
gekomen is…”
“Jazeker, dat komt, omdat…”
“Mát, niet waar de kinderen bij zijn …! Dat is geen verhaal voor kinderen ! God zij dank noemt hij zich Cor Mundi . Stel je voor dat hij dat ongetwijfeld vulgaire
plaatje uitbracht onder zijn eigen naam, Cor Lambermont. Dan zou toch onze
naam, die van de voornaamste familie van Maastricht , toch zwaar bezoedeld
zijn! Hoe zouden wij ons dan nog op de Groote Sociëteit kunnen vertonen ! Ben blij dat Cor tenminste nog enige gêne heeft’
“ Cor Mundi… Wat zou dat pseudoniem betekenen? ” vroeg mijn vader zich
hardop af.
“U kunt wel zien dat uw vroeger op de HBS hebt gezeten en niet op het
gymnasium,” zei mijn oudste broer Twan, altijd brutaal , altijd ‘vreg’ zoals ze dat zeggen in Maastricht. Twan zat toen op de eerste klas in het van het
roemruchte Maastrichts gymnasium, het r.-k. Triniteits-college
‘ Cor Mundi, dat is latijn, dat betekent hart van de wereld, ’
‘Katendrecht als hart van de wereld…is die man dan niets die man heilig! ’ riep Maman uit: “” Het hart staat voor liefde, ware liefde! Denk maar aan het Heilig hart van Jezus. Niet voor hoererij! Cor Mundi! Die man staat werkelijk voor niets! Dat Cor denkt, dat wij hem ooit zullen gaan opzoeken in die foute buurt van ‘m! “
Maman begaf zich hoofdschuddend naar de keuken om naar het sudderen van het zoer vleis - - een Maastrichter delicatesse - te kijken, dat zij altijd zelf bereidde. Ofschoon wij liefst twee meiden in dienst hadden, zoals voor een vooraanstaand Maastrichtse familie betaamt.
Die beiden meiden, de oudste ’t Maria en de jongste , een nichtje van haar,
‘t Sjennet (Jeannette) konden allebei heel goed koken. Maar het zoer vleis, dat typisch Maasrichtse stoofvleesgerecht, dat maakte maman altijd zelf . Dat was haar ponteneur. De bij het gerecht behorende garnituur als pommes frites,
gestoofde peertjes, compote, vossenbessen en dergelijke, dat liet ze aan de meiden over. En ook de pudding, een kolossale Bavarois, het zondagse dessert.
Rosse buurt. In zonde leven. Zou oom Cor nog wel in de hemel komen? Mijn broers en ik, meer dan goed katholiek opgevoed, vroegen het ons ernstig af.
En hoe ouder , hoe nieuwsgieriger we natuurlijk werden naar die oom.
Nu had mijn moeder twee zussen. De oudste was tante Hortense, niet lelijk, maar zeker ook niet mooi, getrouwd met oom Eugène. Een vaux rien, die dank zij
grootvader Lambermonts grote liefde voor zijn oudste dochter plus zijn al te grote lankmoedigheid een sine cure baantje had verworven op de reclameafdeling van de brouweri. De andere zus was tante Charlotte. Bloedmooi. Zeker zo mooi als mijn moeder. En… ongehuwd! Een feit waar heel Maastricht zich over
verbaasde. ‘’t Lotte’ bloedmooi en gefortuneerd en toch maar niet aan de man!
Die beide Klatschtantes kwamen elke donderdag uitgebreid op de koffie met vlaai in ons huis in de Grote Looijerstraat
Mijn broers en ik besloten ze maar eens uit te horen over die verre, zingende
bloedverwant op de Kaap. Vooral hoe die nou toch aan die houten poot gekomen was.
Dat kwam door het Bombardement, zei tante Hortense. Ooms café op
Katendrecht had een voltreffer gehad. Men had oom Cor uit het puin weten te redden, maar zijn been was verbrijzeld en moest worden afgezet.
Tante Charlotte knikte instemmend. Zo was het gegaan!
Maar mijn broer Twan - hij is nu ingenieur in de scheepsbouw - was als kind al behoorlijk exact ingesteld. Die avond nog zocht hij het ‘het Bombardement’ op in de Winkler Prins Wat bleek? Katendrecht was helemaal niet gebombardeerd!
Heel Rotterdam-Zuid niet. Het bombardement had zich geheel en al op de
Noordoever van de Maas afgespeeld.
Dus dat zei Twan de volgende donderdagmiddag dan ook doodleuk tegen tante
Hortense, die daardoor een vuurrood gezicht kreeg. En nukkig voor zich uit begon te staren. Waarop tante Charlotte haar bloedmooie, Max Factor -
Hollywood –gelipstickte mond open deed en met haar omfloerste, notoire
rookstersstem zei: ‘Nee, natuurlijk niet. Tante Hortense vergist zich. Het is ook al zo lang geleden. Het zit zo. Oom Cor was toevallig juist op het moment van het Bombardement op de Schiedamse Vest, voor de oorlog dé uitgaansstraat van
Rotterdam, op de Noordoever dus . En daar is hij toen onder vallend puin geraakt en daar is toen zijn been verbrijzeld. Zo is het gegaan.’
‘ Sorry , tante, ook daar klopt niks van ” zei mijn exacte broer: `Veertien mei , de dag van het bombardement is immers ook de dag van oom Cors verjaardag. Zijn verjaarspartij begint altijd om één uur. Dat staat sinds jaar in jaar uit in de
uitnodiging. De bommen op de noordoever vielen rond half twee. Ik heb het opgezocht in de Winkler Prins. Oom Cor moet op dat moment gewoon thuis geweest zijn op Zuid in zijn café om de gasten voor zijn verjaardag te
ontvangen. Dat kan gewoon niet anders. Niks Noordoever! U vertelt sprookjes, tante Charlotte! U bent al net zo erg als tante Hortense. U speldt ons maar wat op de mouw! Zeker omdat wij maar kinderen zijn!”
“Mary!” riep tante Hortense naar mijn moeder die juist binnenkwam met de
koffie: “Je kinderen zijn brutaal tegen Charlotte en mij. Vooral Twan!”
Mijn moeder zette prompt het koffieblad neer en gaf ons alle drie een watsj ( een draai) om de oren. Bovendien moesten we voor straf stante pede naar boven,
naar onze kamers. En de vlaai konden we wel op onze buik schrijven. En het was onze lievelingsvlaai nog wel. Croonsele! Kruisbessen! Ja, zo ging dat in de Jaren Vijftig. Toen was opvoeding nog heel gewoon.
Die geheimzinnige Oom Cor, die wij dus nooit in levende lijve gezien hebben, die wij alleen kenden van foto’s, heeft ons niettemin zeer beïnvloed. Zoals al gezegd, Twan is in de scheepsbranche verzeild geraakt; ik zelf woon en werk als culinair journalist al sinds jaar en dag in Rotterdam, zij het op de Noordoever. En mijn
jongste broer Zef is ….sprookjesschrijver geworden. Kinderboekenschrijver moet ik eigenlijk zeggen. Want Sprookjes voor Volwassenen… geen hond of uitgever die daar vandaag de dag nog brood in ziet. Ik geloof dat Godfried Bomans, de laatste is, die dat nog succesvol heeft kunnen doen.
Toen ik mijn broer Zef de Sprookjesschrijver dan ook vertelde, dat ik verzocht was door de leiding van Literair café Tsjechov & Co ( inmiddels op de fles, M.K.) op de hoek van het Deliplein en de Lombokstraat op Katendrecht om een verhaal over de Kaap te schrijven en voor te dragen, mailde hij mij: “Ik zal je helpen! Ik heb de waarheid over het been van oom Cor ontdekt. Het zit zo:
Vlak voor de oorlog heeft oom Cor aangemonsterd als kok op een expeditie-
schip naar 't Poolgebied. Daar woont het volk van de Inuit. Nooit het ‘volk van de Eskimo’s zeggen. Eskimo is een naam hen door anderen opgedrongen en die zij als denigrerend ervaren . Dat ligt daar gevoelig. Net zoals in je Amerika níet van een neger spreekt, maar van een Afro-American en niet van een Indiaan, maar van een Native American…
De Inuit dus.
Een volk dat toen nog, in oom Cors tijd - nu prijkt ook daar een TV in iedere iglo - in de barre vrede van het stenen tijdperk leefde.
De Inuit zijn ronduit holistisch. Het onderscheid tussen mens en dier maken zij niet zo. 'Mijn en dijn' bestaan eigenlijk niet. Monogamie is hun onbekend.
Hun voornaamste, religieuze gebeuren is de jaarlijkse orgie. De sjahmaan dooft
na ettelijke gebeden, waar hij de vruchtbaarheid van de stam bij de goden
afsmeekt, de olielamp. De Eskimoman paart dan de Eskimovrouw die naast hem
ligt, en vervolgens de volgende. De hele stam maakt dus een rituele horizontale
rondedans. De bedoeling is natuurlijk zoveel mogelijk nakroost te verwekken.
Geen druppel zaad mag verloren gaan. Alleen zo kan de stam daar in het barre
Noorden tegen de klippen op overleven. Promiscuïteit is noodzaak voor de Inuit.
Ook door het jaar heen houden man en vrouw er buitenechtelijke partners op na.
Dat is daar doodgewoon. Maar dat houdt wèl in dat men de man of vrouw
waarmee men samenwoont het feit van zijn/haar nieuwe liefde dient mee te
delen.
Dat is om praktische reden .Want de Inuit-man en vrouw liggen 's
nachts zo dicht mogelijk tegen elkaar aan, dat helpt reuze tegen de kou.
Afwezigheid van de partner betekent steevast een koude buik of rug. Dan moet er een extra ijsberenvel tegen aan, anders zou men wel eens dood kunnen vriezen. Het is dus zaak dat men van elkaars aan- of afwezigheid goed op de hoogte is.
Nu doet 't volgende verhaal onder de Inuit de ronde, en op zekere avond vertel-
de men dat ook aan oom Cor. Dit alles dus volgens mijn broer Zef de
Sprookjesschrijver.
Er was er eens een Inuit-man, die bemerkte dat 's nachts de plek in bed naast hem
onbeslapen bleef, zonder echter dat hem door z'n vrouw was meegedeeld,
waar zij dan 's nachts naartoe ging.
Dat was dus hoogst ongebruikelijk. En op zekere nacht toen de man de vrouw
naast hem alwéér hoorde weggaan, besloot hij haar heimelijk te volgen, want
hij wilde weten wie haar minnaar was. Ook dat was ongebruikelijk - het wordt
zeer onhoofs geacht bij de Inuit als een man zijn vrouw bespiedt terwijl zij
naar haar minnaar gaat, et vice versa - maar nood breekt wet.
Gelukkig was het volle maan, zodat de Inuit-man zijn vrouw heel goed voor zich
uit door de sneeuw kon zien schuifelen. Maar... zij klopte nergens bij een
andere iglo aan, maar… begaf zich naar de rand van de ijsschotsen, tot bij de
open zee...
Wat moest zij daar?
Plots grote turbulentie. Er dook een walvis op. Heremejee, mijn
vrouw is verliefd op een walvis! schrok de Eskimo.
Nu won de nieuwsgierigheid het - de Inuit zijn, zoals ik al zei, zeer
praktisch-technisch ingesteld, zij moèten wel daar hoog bij de Noordpool ..." Hoe
zouden ze het in godsnaam samen doen?" dacht de Inuit : ‘ Een penis van een walvis meet gauw twee meter, en mijn vrouw haalt van top tot teen waarschijnlijk de 1 meter 60 niet eens...’
Maar kijk, het linkerneusgat van de walvis opende zich nu en...daaruit kroop
een zgn. walvismannetje, hèèl slank en rank, dat niet veel groter bleek dan 't
Inuit-vrouwtje.
Hop, kroop hij op haar! En ze paarden dat het een lieve lust was. Na afloop
kroop het mannetje weer in het neusgat terug. De walvis dook onder. En dat was
dat.
Nu, dat was een prachtig verhaal.
Oom Cor, die al een hele zeereis lang gedwongen was geweest in onthouding te leven - zeer ongewoon voor een ras-Bourgondiër, bovendien nog zeeman òòk - vroeg meteen of zoiets ook andersom voorkwam?
Of er ook wel eens in de geschiedenis van de Inuit een man was geweest die
verliefd was geworden op een vrouwelijke walvis?
Jazeker, zeiden de Inuit - en dan kruipt er uit 't linkerneusgat het walvis-
vrouwtje en dat is zo roodblond en zo mooi mollig bloot- zogezegd een
Groenlandse Venus van Botticelli.
Wie haar zag, was verloren, die moèst haar lief hebben.
Nu was oom Cor niet meer te houden. En hoe kwam je met zo’n vrouwelijke
walvis in contact? Nu,dat is eenvoudig, beweerden de Inuit. Vrouwelijke
walvissen zijn erg bijziend, je steekt gewoon je blote been in het water, en dan
denken zij, die wellustige wezens, dat het een walvispik is... en dan komen ze
direct aanzwemmen.
Zien ze dan dat het een 'mensenman' is, dan gaat 't linker-
neusgat open, en het walvisvrouwtje kruipt eruit - en dan gaat alles volgens
bekend scenario - zie hierboven.
Nou, oom Cor die nacht naar de rand van de open zee! En zijn been kordaat
in 't water gestoken! Een, twee minuten. Vijf minuten! O, o, wat was dat water
koud! Zeven minuten. En nergens een walvis te zien. Toen begreep oom Cor dat
die Eskimo's hem, Grote Blanke, bij de neus hadden genomen. Maar het was al
te laat. Zijn been was inmiddels geheel en al bevroren en moest worden afgezet.
Zo was oom Cor dus aan zijn houten poot gekomen.
Kortom, allerminst een verhaal, geschikt voor kinderoortjes. Zeker in de Jaren Vijftig. Vandaar dat wij, kinderen, dat dan ook nooit te horen kregen.
Aldus mijn broer Zef. Maar ja, dat is dus een sprookjesschrijver …ik geef zijn relaas dan ook voor wat het waard is...
Het plaatje dat oom Cor bij Johnny Hoes heeft gemaakt, was overigens geen succes.
Maar het nummer de Ballade van het Schele Oog van Japie Scheel wil ik toch bij dezen aan de vergetelheid ontrukken. Die ballade , hoe kreupel van rijm ook, heeft wel wat. Althans dat vind ik. Maar ja, ik ben misschien wel bevooroordeeld, Omdat het van mijn oom is. Niet zomaar een oom.
Mijn oom van de Kaap. Mijn oom Cor!
De Ballade van het Schele Oog van Japie Scheel
Refrein: Japie, toe, vergeef mij nou
ik ben oud en zing voor mijn brood
en lonk ik naar een rijpe vrouw
dan gilt ze: opa, val dood !
Jongens, ik en Japie Scheel
waren op hetzelfde schip gekooid
d’r is in alle havens geen bordeel
waar wij er niet uit zijn gegooid
eens monsterden wij op de Jan van Speyck
het schip voer naar Tahiti
daar lopen ze met d’r navels te kijk
en met d’r popo, zei Japiè
refrein:
De Jan van Speyck was een goed schip
het liep zeker acht knopen
en spoedig zagen wij in een verre stip
Tahiti! Ik zag ons daar al lopen
Reeds zag ik de vrolijke bloemenrok
van de gebruinde schonen van Tahiti
en het schele loensen van Japiè
maar ik zag niet hoe de lucht betrok…
het werd inktzwart aan de horizon
nogmaals, de van Speyck was een goed schip
maar met een kapitein ,die er niks van kon
liep het geheid op een klip
van verre lokten de palmbomen
en het goudgele strand
maar eenmaal de branding doorgekomen
vonden wij niets dan zand
refrein:
Het eiland was helemaal verlaten
een kleine, onvruchtbare atol
ik voelde me zwaar verraden
en snauwde Japie toe: vuige prol!
Waar zijn die mooie meiden nou
die gebruinde schonen van Tahiti
ze vonden de zee zeker te blauw
en zijn gaan zwemmen zonder bìkini!
Ach, was ik maar dood in de golven
da’s beter dan dood in de zon
liever door de zee bedolven
dan hier te smelten als Tahiti-bonbon
Japie keek me lange tijd broedend aan
ik heb je gered, sprak Japie Scheel
wel dan zal ik je ook voeden
maar met andere spijs dan van meel!
Die nacht heeft Japie zich gedood
toen ik des morgens opstond
vond ik het hele strand bloedrood
en in zijn edele borst een borstwond!
refrein:
Ach, ik sloeg mezelf voor de kop
wie had nu op zoiets gerekend
dit stond er in het zand getekend
s.v.p. Eet mij op!
Ik zwoer het lijk niet aan te raken
het schele lijk van Japie Scheel
maar ja, na een week in de zon blakeren
werd de honger me toch te veel
Ik nam het mes uit de schede
en heb met bevende hand
Japie aan moten gesneden
tot en met zijn ingewand
refrein:
Jongens, om Japie Scheel te herdenken
zing ik nu in elke havenkroeg
en iedere avond verdien ik genoeg
om me een borrel in te schenken
En drink ik er een teveel
en zien ik uit over zee
dan zien ik plotseling Japie Scheel
dan zijn we weer met z’n twee (2x)
refrein:
Jongens, dit was het lied van Japie Scheel
En voor die ongelovige meneer
daar in de hoek
haal ik het bewijsstuk uit mijn broek
( de Balladezanger tovert een glazen oog uit zijn broekzak…)
Het SCHELE OOG van JAPIE SCHEEL!
Waarom bonkt mijn tamboerijn
als de hartklop van een verliefde?
O, Boeddha
u met de lotus,- in – de – linkerhand
wat is het heden ongelofelijke klote
voor uw adepten
in het Avond(rood)land
Europa
het witte strand van uw gouden Azië
met name voor Jan Ruusbroec & Meister Ecckhart
Make The World HUMAN again!
Troost ons met minimaal 2 vergulde broden
& 5 diamanten vissen met cherubijnen
18 karaats lodderogen
( Mijdt daarbij overbevissing, s.v.p.
;
van het Meer van Genesareth - Jezus ' stek! )
Ik kom toch uit geen Gekkenland vandaan
ik stijg toch niet als een vuurpijl
uit de Vondelkerk
o, Amsterdammers, o, poly-amou / reuzen
voorbij jullie Omhelzingen
(onbeholpen)
van Ieh Oor, het grisaille ezeltje
uit Betondorp
met de hoefjes, teder omzwachteld
Christus asinus est!
kwajongens -graffitti
aangetroffen
in de catacomben van Rome
Maar wat te denken van Ezeltje Schijt Geld?
Red shoes in the sunset
vrij naar Fats Domino
Hoor, Maria, voluit Maria-Juana
stofzuigt het Heelal
vervolgens schuiert zij Gods zondagse pak
grondig, voor op de Jongste Dag
Zij urineert zonlicht, onheilspellend.
over het smoel van Californië
Zij troont God mee naar Mardi Gras
Zij ontdoet Hem aldaar
van zijn boxershorts
legt bloot heel zijn vermoorde
onschuld
Dan danst zij naakt
uitsluitend naakt
Doodsengelnaakt
over haar spiegelbeeld
dat
danst
op rode schoentjes
De lichtzinnigen onder ons
zijn zwaar geschapen
maar op de naaktheid van hun derrieres
schijnt een zon van pijn
de democratie
vertoont blauwe plekken
electrocuteer haar niet
stream haar niet
maar heb haar lief
volmondig!
!
Een ballon, een ballon
een ballonnetje
dat danst in de wind...
Toon
Vroeger was Toon Hermans
Hollands favoriete Limburger.
Nu is dat Geert Wilders....
Stijgen wij?Integendeel wij dalen!
Vroeger had je Albert Einstein:
E= mc²
& Gertrude Stein:
een roos is een roos is een roos...
nu heb je (# Me too) Harvey Weinstein
& Jeffrey Epstein † van de Epstein-files
Vroeger had je de Hemelvaart van Jezus
nu heb je die van Elon Musk
Stijgen wij?Integendeel, wij dalen!
alsof wij hangen
aan een leeg
l
O
p
e
n
d
e
( )
ball ( )n
God bestaat uit drie personen
Doornroosje, Sneeuwwitje & Assepoes
Ik sliep met alle drie
Zo heel anders dan jij, mijn niet-
Sprookjeslief
mijn poly-amoureuze
Een minnaar voor de chic
Een minnaar voor de shock
Een minnaar voor de cheque
en nog zeventig maal zeven anderen !
Hoe krijg ik mijn Tafeldame in Bed?
Mijn BedDame aan Tafel
lukt altijd
Zij houdt van Haring-in-Gelei
De Vondelkerk is in vlammen opgegaan. De kerk is iconisch voor de jaren zestig geworden door “De Huldiging van Gerard Reve”aldaar ..
Uit de brand kan mijns inziens... iets goeds voorkomen .
Hij lijkt me de ideale plek, daar bij het Vondelpark om het Museum voor de Jaren Zestig te stichten.
Vanuit dat museum kan namelijk de broodnodige reflectie op onze tijd worden gevoed.
Waarom werd Pim Fortuyn de rechtse provo genoemd? Hoe valt de USA van John en Robert Kennedy – en Martin Luther King !– te rijmen met de huidige van Trump?
Het Dolle Mina van toen en het Dolle Mina van nu ?
En dan heb ik het nog niet eens over de grote rol van de (pop)muziek en de singer-songwriters voor het proces van democratisering, Een proces dat heden wel een oppepper kan gebruiken.
Alvorens het Museum- idee uit te dragen voor een breder publiek, heb ik het eens voorgelegd aan een aantal mensen, die mogelijk geïnteresseerd zouden kunnen zijn; museummensen, architecten, journalisten, kunstenaars, kenners van de Jaren Zestig, .
Hier volgt een bloemlezing uit hun antwoorden
Dick Pels :
Ik ben lang geleden (1948) gedoopt in de Vondelkerk. De brand in de H. Hartkerk gaat mij ter harte. Later kwam ik er enkele malen voor concerten en voorstellingen.
Ik aarzel bij je idee voor een 60-er jaren museum, want er gebeurde in die kerk in de loop der tijden zoveel interessante dingen meer.
Anton Korteweg:
Ik heb niet zoveel met de zestiger jaren. Sla mijn bundel Het leven deugt er maar op na.
Daar staat tegenover dat ik toentertijd foto's heb genomen van de Reve-huldiging inclusief de Zangeres zonder Naam. Ik stuur ze je toe.
Thom Holterman
Een eerste reactie, die inhoudelijk inhaakt en waaraan je kunt zien dat in mij eenzelfde reflex op de tijd verscheen.
WHERE HAVE ALL THE FLOWERS GONE?
Ooit gezongen door Marlene Dietrich, maar oorspronkelijk door
singer-song writer Peter Seeger, de maker van het lied.
Peter Seeger: hét grote voorbeeld voor de anti-oorlog singer-songwriters van de zestiger jaren: Bob Dylan, Johan Baez, Lennart Cohen … en niet te vergeten John Lennon.
Of dit alles een Museum van de Jaren Zestig rechtvaardigt? Ik weet het niet!
Maar ben er niet tegen.
Yellie Alkema:
Gisteren was Jos Otto bij me van de Gevelstenen.
Hun hele archief lag in de Vondelkerk!
Herman Coenen:
Ja, aan dat museum is behoefte, dringend!
Een schrijn voor het kostbare van die jaren!
Een graanschuur vol zaden, blijvend kiemkrachtig!
Hendrik Vis :
Heel goed idee voor de Boomers!
Ik studeerde rechten in Amsterdam van 1967 tot 1972
Lou de Palingboer
Dam- & Vondelparkslapers
Huub Ooosterhuis
Het Lieverdje, Robert Jasper Grootveld de Rookmagiër
De Beatles en de Stones
Boudewijn de Groot
Geestverruimend middelen & hotpants
Omdat mijn fiets daar stond
Het Huwelijk. Claus eraus!
Piet Nak & Viëtnam
Johnson Molenaar!
De bedscène van John Lennon & Yoko Ono in het Hilton!
Un mer à boire!
Hubert-Jan Henket:
Heel goed idee. De kantoren, die erin zaten, zouden ten dele terug moeten komem
om bij te dragen aan de exploitatiekosten.
Coen Schimmelpenninck van der Oije:
De brand van de Vondelkerk trof mij zeer, ook al omdat ik de kerk goed ken.
Je voorstel voor de bestemming van de kerk vind ik heel boeiend
Of je daar een permanente tentoonstelling kunt volhouden is de vraag .
Dat zou wellicht een combinatie moeten worden van muziek, voordrachten
en alles om het thema heen.
Dit zie ik in de bestaande instellingen niet gebeuren.
Het lijkt alsof niemand zich afvraagt wat er gebeurt op dit moment en hoe dat een relatie heeft met de jaren zestig.
Interessant en zinvol hierop door te gaan.
Wim Pijbes:
Hoe leuk ook als idee, ik geef dit geen kans van slagen.
Frans Budé :
Wat mij betreft kan men na het weekend meteen aan het werk om
dit geweldig goed idee uit te voeren!
Lex van Almelo:
Ik heb 11 vrienden gepolst en wacht af
*
Beste Manuel,
Ik heb nu twee reacties binnen gekregen. Een historicus uit 1956 en een sociaal -geograaf uit 1955
De eerste spreekt van een Boomer- museum, de tweede van een Boomer-actie
Zelf denk ik dat het succes van het museum afhangt van de formule..
Boomer lijkt mij op zich geen argument.
Maar deze twee critici vrezen, dat daardoor het museum weinig aanloop zal hebben,
Leo van de Wetering:
Dag, Manuel, een ludiek idee. Ik zie Reve voor me, maar had het even niet paraat dat het in de Vondelkerk was.
Het zou inderdaad in de hoofdstad moeten, een dergelijk museum. Alhoewel ik kind in de jaren zestig, in 1959 geboren op Rotterdam-Zuid, ook dringend aandacht zou willen vragen voor wat elders gebeurde in dat decennium.
Frank van Dijl:
Goed idee. Ik heb van de Jaren Zestig nog een stapel Hitweeks en flink wat goede muziek natuurlijk. Ik maakte toen trouwens zelf ook een gestencild blaadje in Dordt, maar ik was te jong voor een politieke dimensie.
Ik vrees, dat ik in positieve zin niet veel voor het idee kan betekenen, het zou te zeer jeugdsentiment worden.
Cor Gout:
Helemaal raak.
Recent gekeken naar TV0-documantaires over Malcolm X, Martin Luther King en de 10-delige documentaire over Pim Fortuyn
Ik ga nadenken over het Museum van de Jaren Zestig
Dank voor je stuk.
Saskia Moerbeek:
Ik merk dat ik wel wat twijfels heb bij een museum over de Jaren 60.
Voor de meeste mensen in de jaren zestig was toch het vooral gezinsleven- in- rijtjeshuizen.
En krijgen we dan voor ieder decennium een museum? En natuurlijk de vraag hoe het gefinancierd zou moeten worden.
Kortom , ik weet het niet zo goed. Niet om te ontmoedigen. Ik kan mij voorstellen
dat als er een méér uitgewerkt concept ligt, ik er wel enthousiast over kan worden
Ton Biesemaat:
En leuk idee. In 1970 was ik dertien. Met uitzondering van de popmuziek was mijn ervaring als kind dat die jaren walmden van de spruitjeslucht.
Hoewel in Vlaardingen, waar ik woonde, je buitenshuis meer toxische dampen
uit Pernis over je heen kreeg.
Popmuziek en lange haardracht werden snel opgenomen in de maatschappij, maar verder leek het mij als kinderlijk observator gewoon overgaan tot de orde van de dag.
.
Kun je niet -tig tuinkabouters laten plaatsen in de ruïne van de Vondelkerk?
En dat Roel van Duijn dan de Nieuwe Oranje Vrijstaat uitroept?
Sjarel Ex:
Beste Manuel, ja, Notre Mademoiselle d'Amsterdam! Ze staat hier om de hoek bij de Overtoom. Zo mooi geplaatst in de stad! De favoriet van Cuypers zelf. Een van de weinige kerken, waar ik nog echt iets mee heb.
Kom ik op je plan, De functie van de kerk is al dertig jaar lang – na een verbouwing aangevuurd door Frits Becht – heel multidisciplinair en multifunctioneel : kantoren,
optredens, kerkdiensten, stembureaus.
Wij wonen volgens de makelaars hier ter stede zelfs in de Vondelkerkbuurt,
Ik denk dat deze voormalige kerk al zozeer gunstig gesaeculariseerd is, dat iedereen het als clubhol mist. En in het verlengde daarvan, dat de Provo's hun heil moeten zoeken in de bestaande musea.
Na 65 jaar heb je best kans dat het Rijksmuseum daartoe actie onderneemt, als was het maar in de nieuwe afdeling in Eindhoven.
En als klap op de vuurpijl in de Vondelstraat:
Roel van Duijn:
Manuel, wij zijn toch geen museumstukken!
( Joop BNN VARA Opinie 7 Januari 2026)