Hallo, meneer de Uil!
Toen ze allebeid nog onder ons waren, diep onder ons
Kompel Mol & zijn eerstgeboren zoon Momfer
(hun beider lievelingsfilm Orfeu Negro)
toen woonde ik te midden van een donker
(versteend) woud van Zegelbomen (Sigillaria)
in het carboonlandschap van mijn jeugd
In de continu beroete moestuin van mijn ouderlijk huis
vielen zwarte gaten
als in het Heelal, tussen de tomatenplanten & de aardbeien
Mijn kinderslaapkamer was immers vlak onder de sterrennacht
tegenover de natriumlampen van de staatsmijn Wilhelmina
in het antracietdorp Terwinselen
vandaar
Men kan aan alles & iedereen ontvluchten
maar nooit
aan zijn zwarte jeugd
En de Mijnstreek?
Gemold
meneer de Uil! Gemold! God weet door wie......
Geen opmerkingen:
Een reactie posten