Je staart naar buiten
naar mussen, dakpannen, TV-
antennes...
dan plots dichtbij
het (ver-)
gezicht
van zijn alledaags, onschuldig krullend hoofd
Hij maakt je raam glashelder
opdat jij Dichten kunt
dat enkel S c h o o n h e i d
de eeuwen
glanzend maakt. En naakt
Mijn god, hij draagt een walkman
luchtig
als een bantamlichtgewicht ...
En zo ook valt zijn
l
a
d
d
e
r
en het Doek
Een roestig basilisk / een griffioen van zink /
sloeg hem het lot
uit handen
Icarus!
O, Icarus!
Wij
vallen
samen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten