zondag 1 februari 2026

W.A. ter Lelie

 

W. A. ter Lelie – Song van de Watermanager

.

30 April 2013

Mijn roeispaan tilt een waterlelie op

blad na jade blad, dan zinkt ze weer traag

in het rijk van haar dromen terug

Nymphaea, de koningin van de plassen

& vaarten van Holland


Wie hangt daar, zo dodelijk verstrengeld

in uw wortels, Witte Majesteit ?

Is dat die boerenblonde zoon van u ?

Is hij dan nog steeds op zoek naar de Graal

Koning Arthurs mythische toiletpot…


of is hij van al dat water(en) voorgoed mal

in het Koninklijk Dolhuis gesloten, allang?


Wiens gehandschoende hand stuurt dan heden

uw zilveren weerspiegeling richting wolken?


Is dat dan toch soms die eeuwige ander

met zijn hoge, kanten kraag (van idealen)

Wilhelmus van Nassouwe

Waterprins W.A. ter Lelie

Water((((lelie)))hoofd

van

Water(((lelie)))land?!

zaterdag 31 januari 2026

de criminoloog spreekt

 de dief bestelen, de oplichter bedriegen

, de moordenaar vermoorden

de verkrachter verkrachten..  yes, we can!j


maar de dood kunnen wij niet doden

uiteindelijk kunnen wij niets

donderdag 29 januari 2026

LiefdesVrouwenalfabet : I = Inge Tinge

 

I = Inge



Ik koester weerzin tegen je naaktheid

je leverbetraand vlees, Inge Tinge

Het ruikt naar zeehond


En  bovendien

dat zgn. WEERGALOOS neuken

van Inuit-vrouwen ...


'Tropisch  seks

binnen de Noordpoolcirkel...'


dat is een FABEL!


En Seks op een nucleaire NATO- basis

boven Nuuk

bij – 30 dertig graden Celsius?


Dat vermag enkel

                               Nanoek

een Eskimo 

/ vwaarschijnlijk uit een Walt Disney-animatie

met voorverwarmde

edele 

delen...


Hoor zijn (bi)polaire kreunen:


          Make ICE-land HUMAN again


                           En de VS

                          Groenland!






Adel

Een ridder steekt zijn gehelmd hoofd 

door het dak


ik ben een Schoorsteen

ik ben van hoge adel!


Zo ook mijn echtgenote


         Ugghe! Ugghe


Jonkvrouw Rook





 

dinsdag 27 januari 2026

Een Groenlands sprookje -

 

Café Groenland – een oom op de Kaap


                                                                   Ik ben een Groenlander!

                                                                              U toch ook?


                                                                            Cor 'Lambermont



Hét familieverhaal dat in mijn jeugd op mij het meeste indruk maakte, was het verhaal van Oom Cor, ‘de Oom op de Kaap’. In de Jaren Vijftig was deze oom Cor de uitbater van het café Groenland, op Katendrecht, ‘op de Kaap’..

Eigenlijk was ‘oom’ Cor een oudoom, want de jongste broer van Servaes

Lambermont, mijn grootvader van moederszijde, maar in de familie werd hij

altijd ‘oom Cor ‘genoemd

De naam Lambermont zal u hier in Rotterdam weinig zeggen, maar in Maastricht ligt dat heel anders. De Lambermonts zijn namelijk het oudste en

eerbiedwaardigste brouwersgeslacht van Maastricht..

U, cafébezoeker, die zo gretig in de schuimkraag van uw Wieckse Witte bijt,

weet, dat dit de hemels product de vinding is van Godefroid Lambermont,de stamvader van mijn familie. Een ondernemende man, afkomstig uit Walenland ooit naar Maastricht gekomen en aldaar een brouwerij begonnen.

Zo succesvol, dat heden het product van zijn brouwkunst de Wieckse Witte een synoniem voor wit bier is geworden , zoals Pils dat sinds mensenheugenis voor

is blond bier.

Maar een echte Maastrichtenaar proeft nog wel degelijk het verschil tussen de Lambermontse Wieckse Witte en de diverse, hedendaagse povere imitaties. Een echte Maastrichtenaar bestelt in een Maastrichts café dan ook nooit een Wieckse Witte, als hij een witbier wenst te drinken , maar een Lambermont!


Er was iets met die oom Cor…De man had bijvoorbeeld obstinaat geweigerd het familiebedrijf in te gaan. Oom Cor zocht het avontuur. Hij wilde …..het zeegat uit. En dat heeft hij ook gedaan!

Sindsdien gold hij als het zwarte schaap van de familie. Want, zeg nou zelf, wat

moet een Maastrichtenaar op zee? Bovendien, is je kostje gekocht, kun je

medefirmant worden van de oudste en eerbiedwaardigste brouwerij van

Nederland, kies je voor … kok op wilde vaart. Wat is dat voor recalcitrantie!


Oom Cor was dus kok op de wilde vaart. En dat tot vlak voor de Tweede

Wereldoorlog.

Toen moet er iets zijn voorgevallen, waardoor hij van toen af aan, zeer tegen zijn zin, gedwongen was aan wal te blijven. Met geld, geleend van zijn vermogende broer, mijn grootvader Servaes Lambermont, is hij toen het café ‘Groenland’

alhier op de Kaap begonnen.


Ja, wat was er dan toch met die oom Cor aan de hand … dat wij, de Lambermonts van Maastricht, toch behoorlijk familieziek, die oom nooit eens opzochten!

Het feit dat hij zelfgemaakte zeemansballaden zong waarbij hij zichzelf

begeleidde op de trekharmonica, dat kon het toch niet zijn . . ? !


Was het dan, omdat hij ‘een houten poot’ had ?


Een heuse houten poot zoals de piraten in de stripverhalen die hebben, die woeste gasten met een zwart ooglapje voor hun oog en een krassende papegaai op hun schouder, was het natuurlijk niet. Het was een welgevormd Jaren Vijftig-

kunstbeen.

Niks mis mee eigenlijk.

Zij het natuurlijk dat oom Cor daar mee toch enigszins moeizaam liep. En dat moest wel de reden zijn, dacht ik als kind, dat oom Cor nooit eens zijn familie in Maastricht kwam opzoeken.

Want in die dagen, in die goeie, ouwe Wederopbouwtijd,was een treinreis

Rotterdam–Maastricht een hele bedoening, met irritante boemels en overstappen in Eindhoven en Sittard. Daar had onze gehandicapte oom blijkbaar geen zin in.


Maar ook andersom, wij, zijn Maastrichtse familie - allen gezond ter been! –

bezochten ook nooit eens oom Cor op de Kaap! Terwijl mijn vader toch over een auto beschikte. Dus we hoefden helemaal niet moeizaam met het spoor.

Minstens eenmaal in het jaar kwam ‘dat nooit eens naar Oom Cor’ in ons gezin ter sprake. En wel eind April, omdat oom Cor op veertien Mei jarig was, en hij

ons steevast twee weken van te voren per briefkaart - Greetings from

Katendrecht - uitnodigde om bij hem zijn verjaardag te vieren. Vanaf één uur

s middags waren we welkom

Zeg Mary,” zei dan mijn vader tegen mijn moeder : “Oom Cor nodigt ons

iedere keer weer uit.We kunnen toch niet eeuwig nee blijven zeggen. Zeker dit jaar niet, nu hij zestig wordt. Zullen we nu dan toch maar eens gaan?Het is zelfs een heel bijzondere dag voor Cor! Want… hij brengt een plaatje uit met zijn

Zeemansballaden onder de artiestennaam Cor Mundi bij Johnny Hoes en dat

plaatje wordt op veertien Mei aanstaande in Oom Cor’s cafè feestelijk ten doop gehouden. Lees maar. De titels van de Balladen staan in de Uitnodiging

opgesomd

Johnny hoe?” fronste Maman haar fraai gevormde wenkbrauwen, want low

culture was aan haar niet besteed. Niks Johnny Hoes of Zangeres zonder naam!

Bachcantates! Mahler symfonieën!

Met minder nam Maman geen genoegen..


Johnny je-weet- wel.” zei mijn vader: “ Die van Och, was ik maar bij moeder

thuis gebleven .Het was vorig jaar alsmaar op de radio! Dié Johnny Hoes! Die zit nu met zijn platenmaatschappij hier bij ons in Limburg, maar die komt

oorspronkelijk uit Katendrecht. Dat zal wel de connectie zijn tussen hem en

Cor.”


Nu moet ik even iets kwijt over mijn moeder Maria ‘Mary’ Lambermont, zaliger gedachtenis. Ze was in de Jaren Vijftig met gemak de mooiste vrouw van

Maastricht. En dan zult u zeggen, ja, dat zal wel, jij bent haar zoon, jij bent

bevóóroordeeld. Maar heel wat Maastrichtse heren dachten er ook zo over.

Sommigen verstoutten zich zelf avances te maken. Maar daar ging zij niet op in. Mijn moeder was hoogst vroom katholiek. En dat ging ver. Dat betekende in haar geval, behalve dat ze iedere morgen naar de vroegmis in de Sint Servaas ging en uitsluitende boeken las van katholieke (Mauriac) of tot het katholicisme bekeerde auteurs (Evelyn Waugh), absolute monogamie !


Uiterlijk leek Maman toentertijd wel wat op… de Hollywoodster Liz Taylor. En ze was, zeker in mijn ogen, een minstens zo groot actrice. Maman was dan ook de spil van de in Maastricht zeer gerenommeerde r.-k. amateurtoneelvereniging

Sint Gelasius”. Jaarlijks had die vereniging zelfs een drama van Shakespeare op het repertoire!

Zo speelde mijn moeder bijvoorbeeld met groot succes Lady Macbeth! Als

negenjarige kon ik mijn ogen niet geloven. Was dat mijn moeder, die bitch? Hoe kon ze dat zo goed?


Maar ook in het Maastricht van alledag speelde Maman met verve haar rol

namelijk die van Grande Dame van Maastricht. Als oudste dochter van de

bierkoning van het Zuiden, Servaes Lambermont, meende zij daartoe gerechtigd

te zijn, zo niet Verplicht!. Ongeveer zoals Beatrix koningin van Nederland was, zo was Maman koningin van Maastricht. Ik kan het niet anders zeggen. .


Mat!” viel dan mijn moeder verontwaardigd uit tegen mijn vader : “ Stel je

voor! Wij uit de beste kringen van Maastricht, wij in de rosse buurt van

Rotterdam! In dat louche café van Cor, waar al die meiden, komen! . .En dan die

ordinaire vrouw van hem…. Ze zijn niet in de kerk getrouwd. En zelfs niet voor de Burgerlijke stand. Hij leeft in zonde met die del. Geen wonder dat God hem

met een kunstbeen heeft gestraft!”

Rosse buurt? Meiden? In zonde leven ? Door God Gestraft? Wat was dat

allemaal?

Maar ik, negenjarige, vroeg niets. En mijn broers al evenmin. Als kind in de

Jaren Vijftig had het geen enkele zin om ook maar iéts aan een volwassene te

vragen. Je kreeg toch nooit een zinnig antwoord. Zeker niet als het dat besmuikt gedoe van volwassenen seks betrof,. En dat scheen op Katendrecht nogal aan de

orde te zijn.

En die Johnny Hoes, die vind ik zo ordinair met die zogenaamd pikante liedjes van ‘m! Net als die door hem gepromote Zangeres zonder Stem! Daar wil je toch niet mee in één ruimte vertoeven! Die zeemansballaden van Cor die zijn vast en

zeker van hetzelfde laken een pak. Pure rauwe, volkse lolbroekerij! Dat heeft toch geen beschaving! Zo’n titel alleen al als de Ballade van het schele oog van Japie Scheel ..hoe verzin je het! Waarom niet De houten poot van ome Cor ? Als het dan toch zo nodig over iemand met een handicap moet gaan , waarom zingt hij dan niet over die van hemzelf…? Dat zou dan nog iets van klasse hebben. Maar Cor en klasse! Laat me niet lachen” viel Maman uit tegen mijn vader ; “ Mat, je wéét toch onder welke pijnlijke omstandigheden Cor aan dat kunstbeen

gekomen is…”

Jazeker, dat komt, omdat…”

Mát, niet waar de kinderen bij zijn …! Dat is geen verhaal voor kinderen ! God zij dank noemt hij zich Cor Mundi . Stel je voor dat hij dat ongetwijfeld vulgaire

plaatje uitbracht onder zijn eigen naam, Cor Lambermont. Dan zou toch onze

naam, die van de voornaamste familie van Maastricht , toch zwaar bezoedeld

zijn! Hoe zouden wij ons dan nog op de Groote Sociëteit kunnen vertonen ! Ben blij dat Cor tenminste nog enige gêne heeft’

Cor Mundi… Wat zou dat pseudoniem betekenen? ” vroeg mijn vader zich

hardop af.

U kunt wel zien dat uw vroeger op de HBS hebt gezeten en niet op het

gymnasium,” zei mijn oudste broer Twan, altijd brutaal , altijd ‘vreg’ zoals ze dat zeggen in Maastricht. Twan zat toen op de eerste klas in het van het

roemruchte Maastrichts gymnasium, het r.-k. Triniteits-college

Cor Mundi, dat is latijn, dat betekent hart van de wereld, ’

Katendrecht als hart van de wereld…is die man dan niets die man heilig! ’ riep Maman uit: “” Het hart staat voor liefde, ware liefde! Denk maar aan het Heilig hart van Jezus. Niet voor hoererij! Cor Mundi! Die man staat werkelijk voor niets! Dat Cor denkt, dat wij hem ooit zullen gaan opzoeken in die foute buurt van ‘m! “

Maman begaf zich hoofdschuddend naar de keuken om naar het sudderen van het zoer vleis - - een Maastrichter delicatesse - te kijken, dat zij altijd zelf bereidde. Ofschoon wij liefst twee meiden in dienst hadden, zoals voor een vooraanstaand Maastrichtse familie betaamt.

Die beiden meiden, de oudste ’t Maria en de jongste , een nichtje van haar,

t Sjennet (Jeannette) konden allebei heel goed koken. Maar het zoer vleis, dat typisch Maasrichtse stoofvleesgerecht, dat maakte maman altijd zelf . Dat was haar ponteneur. De bij het gerecht behorende garnituur als pommes frites,

gestoofde peertjes, compote, vossenbessen en dergelijke, dat liet ze aan de meiden over. En ook de pudding, een kolossale Bavarois, het zondagse dessert.


Rosse buurt. In zonde leven. Zou oom Cor nog wel in de hemel komen? Mijn broers en ik, meer dan goed katholiek opgevoed, vroegen het ons ernstig af.


En hoe ouder , hoe nieuwsgieriger we natuurlijk werden naar die oom.


Nu had mijn moeder twee zussen. De oudste was tante Hortense, niet lelijk, maar zeker ook niet mooi, getrouwd met oom Eugène. Een vaux rien, die dank zij

grootvader Lambermonts grote liefde voor zijn oudste dochter plus zijn al te grote lankmoedigheid een sine cure baantje had verworven op de reclameafdeling van de brouweri. De andere zus was tante Charlotte. Bloedmooi. Zeker zo mooi als mijn moeder. En… ongehuwd! Een feit waar heel Maastricht zich over

verbaasde. ‘’t Lotte’ bloedmooi en gefortuneerd en toch maar niet aan de man!

Die beide Klatschtantes kwamen elke donderdag uitgebreid op de koffie met vlaai in ons huis in de Grote Looijerstraat

Mijn broers en ik besloten ze maar eens uit te horen over die verre, zingende

bloedverwant op de Kaap. Vooral hoe die nou toch aan die houten poot gekomen was.

Dat kwam door het Bombardement, zei tante Hortense. Ooms café op

Katendrecht had een voltreffer gehad. Men had oom Cor uit het puin weten te redden, maar zijn been was verbrijzeld en moest worden afgezet.

Tante Charlotte knikte instemmend. Zo was het gegaan!

Maar mijn broer Twan - hij is nu ingenieur in de scheepsbouw - was als kind al behoorlijk exact ingesteld. Die avond nog zocht hij het ‘het Bombardement’ op in de Winkler Prins Wat bleek? Katendrecht was helemaal niet gebombardeerd!

Heel Rotterdam-Zuid niet. Het bombardement had zich geheel en al op de

Noordoever van de Maas afgespeeld.

Dus dat zei Twan de volgende donderdagmiddag dan ook doodleuk tegen tante

Hortense, die daardoor een vuurrood gezicht kreeg. En nukkig voor zich uit begon te staren. Waarop tante Charlotte haar bloedmooie, Max Factor -

Hollywood –gelipstickte mond open deed en met haar omfloerste, notoire

rookstersstem zei: ‘Nee, natuurlijk niet. Tante Hortense vergist zich. Het is ook al zo lang geleden. Het zit zo. Oom Cor was toevallig juist op het moment van het Bombardement op de Schiedamse Vest, voor de oorlog dé uitgaansstraat van

Rotterdam, op de Noordoever dus . En daar is hij toen onder vallend puin geraakt en daar is toen zijn been verbrijzeld. Zo is het gegaan.’

Sorry , tante, ook daar klopt niks van ” zei mijn exacte broer: `Veertien mei , de dag van het bombardement is immers ook de dag van oom Cors verjaardag. Zijn verjaarspartij begint altijd om één uur. Dat staat sinds jaar in jaar uit in de

uitnodiging. De bommen op de noordoever vielen rond half twee. Ik heb het opgezocht in de Winkler Prins. Oom Cor moet op dat moment gewoon thuis geweest zijn op Zuid in zijn café om de gasten voor zijn verjaardag te

ontvangen. Dat kan gewoon niet anders. Niks Noordoever! U vertelt sprookjes, tante Charlotte! U bent al net zo erg als tante Hortense. U speldt ons maar wat op de mouw! Zeker omdat wij maar kinderen zijn!”

Mary!” riep tante Hortense naar mijn moeder die juist binnenkwam met de

koffie: “Je kinderen zijn brutaal tegen Charlotte en mij. Vooral Twan!”

Mijn moeder zette prompt het koffieblad neer en gaf ons alle drie een watsj ( een draai) om de oren. Bovendien moesten we voor straf stante pede naar boven,

naar onze kamers. En de vlaai konden we wel op onze buik schrijven. En het was onze lievelingsvlaai nog wel. Croonsele! Kruisbessen! Ja, zo ging dat in de Jaren Vijftig. Toen was opvoeding nog heel gewoon.


Die geheimzinnige Oom Cor, die wij dus nooit in levende lijve gezien hebben, die wij alleen kenden van foto’s, heeft ons niettemin zeer beïnvloed. Zoals al gezegd, Twan is in de scheepsbranche verzeild geraakt; ik zelf woon en werk als culinair journalist al sinds jaar en dag in Rotterdam, zij het op de Noordoever. En mijn

jongste broer Zef is ….sprookjesschrijver geworden. Kinderboekenschrijver moet ik eigenlijk zeggen. Want Sprookjes voor Volwassenen… geen hond of uitgever die daar vandaag de dag nog brood in ziet. Ik geloof dat Godfried Bomans, de laatste is, die dat nog succesvol heeft kunnen doen.


Toen ik mijn broer Zef de Sprookjesschrijver dan ook vertelde, dat ik verzocht was door de leiding van Literair café Tsjechov & Co ( inmiddels op de fles, M.K.) op de hoek van het Deliplein en de Lombokstraat op Katendrecht om een verhaal over de Kaap te schrijven en voor te dragen, mailde hij mij: “Ik zal je helpen! Ik heb de waarheid over het been van oom Cor ontdekt. Het zit zo:


Vlak voor de oorlog heeft oom Cor aangemonsterd als kok op een expeditie-

schip naar 't Poolgebied. Daar woont het volk van de Inuit. Nooit het ‘volk van de Eskimo’s zeggen. Eskimo is een naam hen door anderen opgedrongen en die zij als denigrerend ervaren . Dat ligt daar gevoelig. Net zoals in je Amerika níet van een neger spreekt, maar van een Afro-American en niet van een Indiaan, maar van een Native American…

De Inuit dus.

Een volk dat toen nog, in oom Cors tijd - nu prijkt ook daar een TV in iedere iglo - in de barre vrede van het stenen tijdperk leefde.

De Inuit zijn ronduit holistisch. Het onderscheid tussen mens en dier maken zij niet zo. 'Mijn en dijn' bestaan eigenlijk niet. Monogamie is hun onbekend.

Hun voornaamste, religieuze gebeuren is de jaarlijkse orgie. De sjahmaan dooft

na ettelijke gebe­den, waar hij de vruchtbaarheid van de stam bij de goden

afsmeekt, de olielamp. De Eskimoman paart dan de Eskimovrouw die naast hem

ligt, en vervolgens de volgende. De hele stam maakt dus een rituele horizontale

rondedans. De bedoeling is natuurlijk zoveel mogelijk nakroost te verwekken.

Geen druppel zaad mag verlo­ren gaan. Alleen zo kan de stam daar in het barre

Noorden tegen de klippen op overleven. Promiscuïteit is noodzaak voor de Inuit.

Ook door het jaar heen houden man en vrouw er buitenechtelijke partners op na.

Dat is daar doodge­woon. Maar dat houdt wèl in dat men de man of vrouw

waarmee men samenwoont het feit van zijn/haar nieuwe liefde dient mee te

delen.

Dat is om praktische reden .Want de Inuit-man en vrouw liggen 's

nachts zo dicht mogelijk tegen elkaar aan, dat helpt reuze tegen de kou.

Afwezigheid van de partner betekent steevast een koude buik of rug. Dan moet er een extra ijsberenvel tegen aan, anders zou men wel eens dood kunnen vriezen. Het is dus zaak dat men van elkaars aan- of afwezigheid goed op de hoogte is.


Nu doet 't volgende verhaal onder de Inuit de ronde, en op zekere avond vertel-

de men dat ook aan oom Cor. Dit alles dus volgens mijn broer Zef de

Sprookjesschrijver.


Er was er eens een Inuit-man, die bemerkte dat 's nachts de plek in bed naast hem

onbeslapen bleef, zonder echter dat hem door z'n vrouw was meegedeeld,

waar zij dan 's nachts naartoe ging.

Dat was dus hoogst ongebruikelijk. En op zekere nacht toen de man de vrouw

naast hem alwéér hoorde weg­gaan, besloot hij haar heimelijk te volgen, want

hij wilde weten wie haar minnaar was. Ook dat was ongebruikelijk - het wordt

zeer onhoofs geacht bij de Inuit als een man zijn vrouw be­spiedt terwijl zij

naar haar minnaar gaat, et vice versa - maar nood breekt wet.

Gelukkig was het volle maan, zodat de Inuit-man zijn vrouw heel goed voor zich

uit door de sneeuw kon zien schuifelen. Maar... zij klopte nergens bij een

andere iglo aan, maar… begaf zich naar de rand van de ijsschotsen, tot bij de

open zee...

Wat moest zij daar?

Plots grote turbulentie. Er dook een walvis op. Heremejee, mijn

vrouw is verliefd op een walvis! schrok de Eskimo.

Nu won de nieuwsgierigheid het - de Inuit zijn, zoals ik al zei, zeer

praktisch-technisch ingesteld, zij moèten wel daar hoog bij de Noordpool ..." Hoe

zouden ze het in godsnaam samen doen?" dacht de Inuit : ‘ Een penis van een walvis meet gauw twee meter, en mijn vrouw haalt van top tot teen waarschijnlijk de 1 meter 60 niet eens...’

Maar kijk, het linkerneusgat van de walvis opende zich nu en...daaruit kroop

een zgn. walvisman­netje, hèèl slank en rank, dat niet veel groter bleek dan 't

Inuit-vrouwtje.

Hop, kroop hij op haar! En ze paarden dat het een lieve lust was. Na afloop

kroop het mannetje weer in het neusgat terug. De walvis dook onder. En dat was

dat.

Nu, dat was een prachtig verhaal.

Oom Cor, die al een hele zeereis lang gedwongen was geweest in onthou­ding te leven - zeer ongewoon voor een ras-Bourgondiër, bovendien nog zeeman òòk - vroeg meteen of zoiets ook andersom voorkwam?

Of er ook wel eens in de geschiedenis van de Inuit een man was geweest die

verliefd was gewor­den op een vrouwelijke walvis?

Jazeker, zeiden de Inuit - en dan kruipt er uit 't linkerneusgat het walvis-

vrouwtje en dat is zo roodblond en zo mooi mollig bloot- zogezegd een

Groenlandse Venus van Botticelli.

Wie haar zag, was verloren, die moèst haar lief hebben.

Nu was oom Cor niet meer te houden. En hoe kwam je met zo’n vrouwelijke

walvis in contact? Nu,dat is eenvoudig, beweerden de Inuit. Vrouwelijke

walvissen zijn erg bijziend, je steekt gewoon je blote been in het water, en dan

denken zij, die wellustige wezens, dat het een walvispik is... en dan komen ze

direct aanzwemmen.

Zien ze dan dat het een 'mensenman' is, dan gaat 't linker-

neus­gat open, en het walvis­vrouwtje kruipt eruit - en dan gaat alles volgens

bekend scenario - zie hierbo­ven.

Nou, oom Cor die nacht naar de rand van de open zee! En zijn been kordaat

in 't water gesto­ken! Een, twee minuten. Vijf minuten! O, o, wat was dat water

koud! Zeven minuten. En nergens een walvis te zien. Toen begreep oom Cor dat

die Eskimo's hem, Grote Blanke, bij de neus hadden genomen. Maar het was al

te laat. Zijn been was inmid­dels geheel en al bevro­ren en moest worden afgezet.

Zo was oom Cor dus aan zijn houten poot gekomen.

Kortom, allerminst een verhaal, geschikt voor kinderoortjes. Zeker in de Jaren Vijftig. Vandaar dat wij, kinderen, dat dan ook nooit te horen kregen.


Aldus mijn broer Zef. Maar ja, dat is dus een sprookjesschrijver …ik geef zijn relaas dan ook voor wat het waard is...


Het plaatje dat oom Cor bij Johnny Hoes heeft gemaakt, was overigens geen succes.

Maar het nummer de Ballade van het Schele Oog van Japie Scheel wil ik toch bij dezen aan de vergetelheid ontrukken. Die ballade , hoe kreupel van rijm ook, heeft wel wat. Althans dat vind ik. Maar ja, ik ben misschien wel bevooroordeeld, Omdat het van mijn oom is. Niet zomaar een oom.

Mijn oom van de Kaap. Mijn oom Cor!


De Ballade van het Schele Oog van Japie Scheel



Refrein: Japie, toe, vergeef mij nou

ik ben oud en zing voor mijn brood

en lonk ik naar een rijpe vrouw

dan gilt ze: opa, val dood !



Jongens, ik en Japie Scheel

waren op hetzelfde schip gekooid

d’r is in alle havens geen bordeel

waar wij er niet uit zijn gegooid


eens monsterden wij op de Jan van Speyck

het schip voer naar Tahiti

daar lopen ze met d’r navels te kijk

en met d’r popo, zei Japiè


refrein:



De Jan van Speyck was een goed schip

het liep zeker acht knopen

en spoedig zagen wij in een verre stip

Tahiti! Ik zag ons daar al lopen


Reeds zag ik de vrolijke bloemenrok

van de gebruinde schonen van Tahiti

en het schele loensen van Japiè

maar ik zag niet hoe de lucht betrok…


het werd inktzwart aan de horizon

nogmaals, de van Speyck was een goed schip

maar met een kapitein ,die er niks van kon

liep het geheid op een klip


van verre lokten de palmbomen

en het goudgele strand

maar eenmaal de branding doorgekomen

vonden wij niets dan zand


refrein:


Het eiland was helemaal verlaten

een kleine, onvruchtbare atol

ik voelde me zwaar verraden

en snauwde Japie toe: vuige prol!


Waar zijn die mooie meiden nou

die gebruinde schonen van Tahiti

ze vonden de zee zeker te blauw

en zijn gaan zwemmen zonder bìkini!


Ach, was ik maar dood in de golven

da’s beter dan dood in de zon

liever door de zee bedolven

dan hier te smelten als Tahiti-bonbon


Japie keek me lange tijd broedend aan

ik heb je gered, sprak Japie Scheel

wel dan zal ik je ook voeden

maar met andere spijs dan van meel!


Die nacht heeft Japie zich gedood

toen ik des morgens opstond

vond ik het hele strand bloedrood

en in zijn edele borst een borstwond!


refrein:


Ach, ik sloeg mezelf voor de kop

wie had nu op zoiets gerekend

dit stond er in het zand getekend

s.v.p. Eet mij op!


Ik zwoer het lijk niet aan te raken

het schele lijk van Japie Scheel

maar ja, na een week in de zon blakeren

werd de honger me toch te veel


Ik nam het mes uit de schede

en heb met bevende hand

Japie aan moten gesneden

tot en met zijn ingewand


refrein:


Jongens, om Japie Scheel te herdenken

zing ik nu in elke havenkroeg

en iedere avond verdien ik genoeg

om me een borrel in te schenken


En drink ik er een teveel

en zien ik uit over zee

dan zien ik plotseling Japie Scheel

dan zijn we weer met z’n twee (2x)


refrein:



Jongens, dit was het lied van Japie Scheel

En voor die ongelovige meneer

daar in de hoek

haal ik het bewijsstuk uit mijn broek


( de Balladezanger tovert een glazen oog uit zijn broekzak…)



Het SCHELE OOG van JAPIE SCHEEL!









vrijdag 23 januari 2026

Mr Tambourine Man

 




Waarom bonkt mijn tamboerijn

als de hartklop van een verliefde?


O, Boeddha

u met de lotus,- in – de – linkerhand

wat is het heden ongelofelijke klote

voor  uw adepten 

 in  het Avond(rood)land 

Europa 

het witte strand van uw gouden Azië

met name voor Jan Ruusbroec & Meister Ecckhart


                Make The World HUMAN again!


Troost ons met minimaal 2 vergulde broden

& 5 diamanten vissen met cherubijnen

18 karaats lodderogen


( Mijdt daarbij overbevissing, s.v.p.

 ;

 van het Meer van Genesareth - Jezus ' stek! )


Ik kom toch uit geen Gekkenland vandaan

ik stijg toch niet als een vuurpijl

uit de Vondelkerk


o, Amsterdammers, o, poly-amou / reuzen

voorbij jullie Omhelzingen

 (onbeholpen)

van  Ieh Oor, het grisaille ezeltje 

uit Betondorp

met de hoefjes, teder omzwachteld


                 Christus asinus est! 

 

kwajongens -graffitti

aangetroffen

 in de catacomben van Rome 

                    

Maar wat te denken van Ezeltje Schijt Geld? 

                  







zaterdag 17 januari 2026

Red shoes in the sunset

 

                                                                 Red shoes in the sunset

                                                                                 vrij naar Fats Domino


Hoor, Maria, voluit Maria-Juana

 stofzuigt het Heelal

vervolgens schuiert zij Gods zondagse pak

grondig, voor op de Jongste Dag


Zij urineert zonlicht, onheilspellend.

over het smoel van Californië

Zij troont God mee naar Mardi Gras


Zij ontdoet Hem aldaar

van zijn boxershorts

legt bloot heel zijn vermoorde 

onschuld


Dan danst zij naakt

uitsluitend naakt


Doodsengelnaakt


over haar spiegelbeeld

dat

danst

op rode schoentjes





vrijdag 16 januari 2026

blauw bloed

 De  lichtzinnigen onder ons

zijn zwaar geschapen

maar op de naaktheid van hun derrieres

schijnt een zon van pijn


de democratie  

vertoont blauwe plekken

electrocuteer haar niet

stream haar niet

maar heb haar lief

volmondig!


!


maandag 12 januari 2026

Ballonade: Toon Hermans & Co

 




                                                                     Een ballon, een ballon

                                                                    een ballonnetje

                                                                    dat danst in de wind...


                                                                                          Toon


Vroeger was Toon Hermans

Hollands favoriete Limburger.

Nu is dat Geert Wilders....


Stijgen wij?Integendeel wij dalen!


Vroeger had je Albert Einstein:


E= mc²


& Gertrude Stein:


een roos is een roos is een roos...


nu heb je (# Me too) Harvey Weinstein

& Jeffrey Epstein van de Epstein-files


Vroeger had je de Hemelvaart van Jezus

nu heb je die van Elon Musk


Stijgen wij?Integendeel, wij dalen!


 alsof  wij hangen

aan een leeg

l

O

p

e

n

d

e

( )

ball (  )n







vrijdag 9 januari 2026

De Polyamoureuse: God is Liefde

 




God bestaat uit drie personen

Doornroosje, Sneeuwwitje & Assepoes

Ik sliep met alle drie



Zo heel anders dan jij,  mijn niet-

Sprookjeslief 

mijn poly-amoureuze


Een minnaar voor de chic

Een minnaar voor de shock

Een minnaar voor de cheque


en nog zeventig maal zeven anderen !

De Smaak van Tafel- & Bed : Haring in Gelei

 





Hoe krijg ik mijn Tafeldame in Bed?


Mijn BedDame aan Tafel

lukt altijd


Zij houdt van  Haring-in-Gelei

donderdag 8 januari 2026

Het Museum van de Jaren Zestig - de Antwoorden

 


De Vondelkerk is in vlammen opgegaan. De kerk is iconisch voor de jaren zestig geworden door “De Huldiging van Gerard Reve”aldaar ..

Uit de brand kan mijns inziens... iets goeds voorkomen .

Hij lijkt me de ideale plek, daar bij het Vondelpark om het Museum voor de Jaren Zestig te stichten.

Vanuit dat museum kan namelijk de broodnodige reflectie op onze tijd worden gevoed.


Waarom werd Pim Fortuyn de rechtse provo genoemd? Hoe valt de USA van John en Robert Kennedy – en Martin Luther King !– te rijmen met de huidige van Trump?

Het Dolle Mina van toen en het Dolle Mina van nu ?

En dan heb ik het nog niet eens over de grote rol van de (pop)muziek en de singer-songwriters voor het proces van democratisering, Een proces dat heden wel een oppepper kan gebruiken.


Alvorens het Museum- idee uit te dragen voor een breder publiek, heb ik het eens voorgelegd aan een aantal mensen, die mogelijk geïnteresseerd zouden kunnen zijn; museummensen, architecten, journalisten, kunstenaars, kenners van de Jaren Zestig, .


Hier volgt een bloemlezing uit hun antwoorden


Dick Pels :


Ik ben lang geleden (1948) gedoopt in de Vondelkerk. De brand in de H. Hartkerk gaat mij ter harte. Later kwam ik er enkele malen voor concerten en voorstellingen.

Ik aarzel bij je idee voor een 60-er jaren museum, want er gebeurde in die kerk in de loop der tijden zoveel interessante dingen meer.


Anton Korteweg:


Ik heb niet zoveel met de zestiger jaren. Sla mijn bundel Het leven deugt er maar op na.

Daar staat tegenover dat ik toentertijd foto's heb genomen van de Reve-huldiging inclusief de Zangeres zonder Naam. Ik stuur ze je toe.


Thom Holterman


Een eerste reactie, die inhoudelijk inhaakt en waaraan je kunt zien dat in mij eenzelfde reflex op de tijd verscheen.


WHERE HAVE ALL THE FLOWERS GONE?


Ooit gezongen door Marlene Dietrich, maar oorspronkelijk door

singer-song writer Peter Seeger, de maker van het lied.


Peter Seeger: hét grote voorbeeld voor de anti-oorlog singer-songwriters van de zestiger jaren: Bob Dylan, Johan Baez, Lennart Cohen … en niet te vergeten John Lennon.


Of dit alles een Museum van de Jaren Zestig rechtvaardigt? Ik weet het niet!

Maar ben er niet tegen.


Yellie Alkema:


Gisteren was Jos Otto bij me van de Gevelstenen.

Hun hele archief lag in de Vondelkerk!



Herman Coenen:


Ja, aan dat museum is behoefte, dringend!

Een schrijn voor het kostbare van die jaren!

Een graanschuur vol zaden, blijvend kiemkrachtig!


Hendrik Vis :


Heel goed idee voor de Boomers!

Ik studeerde rechten in Amsterdam van 1967 tot 1972


Lou de Palingboer

Dam- & Vondelparkslapers

Huub Ooosterhuis

Het Lieverdje, Robert Jasper Grootveld de Rookmagiër

De Beatles en de Stones

Boudewijn de Groot

Geestverruimend middelen & hotpants

Omdat mijn fiets daar stond

Het Huwelijk. Claus eraus!

Piet Nak & Viëtnam

Johnson Molenaar!

De bedscène van John Lennon & Yoko Ono in het Hilton!


Un mer à boire!




Hubert-Jan Henket:


Heel goed idee. De kantoren, die erin zaten, zouden ten dele terug moeten komem

om bij te dragen aan de exploitatiekosten.


Coen Schimmelpenninck van der Oije:


De brand van de Vondelkerk trof mij zeer, ook al omdat ik de kerk goed ken.


Je voorstel voor de bestemming van de kerk vind ik heel boeiend

Of je daar een permanente tentoonstelling kunt volhouden is de vraag .

Dat zou wellicht een combinatie moeten worden van muziek, voordrachten

en alles om het thema heen.

Dit zie ik in de bestaande instellingen niet gebeuren.


Het lijkt alsof niemand zich afvraagt wat er gebeurt op dit moment en hoe dat een relatie heeft met de jaren zestig.

Interessant en zinvol hierop door te gaan.


Wim Pijbes:


Hoe leuk ook als idee, ik geef dit geen kans van slagen.


Frans Budé :


Wat mij betreft kan men na het weekend meteen aan het werk om

dit geweldig goed idee uit te voeren!


Lex van Almelo:


Ik heb 11 vrienden gepolst en wacht af


*

Beste Manuel,


Ik heb nu twee reacties binnen gekregen. Een historicus uit 1956 en een sociaal -geograaf uit 1955

De eerste spreekt van een Boomer- museum, de tweede van een Boomer-actie

Zelf denk ik dat het succes van het museum afhangt van de formule..

Boomer lijkt mij op zich geen argument.

Maar deze twee critici vrezen, dat daardoor het museum weinig aanloop zal hebben,



Leo van de Wetering:


Dag, Manuel, een ludiek idee. Ik zie Reve voor me, maar had het even niet paraat dat het in de Vondelkerk was.

Het zou inderdaad in de hoofdstad moeten, een dergelijk museum. Alhoewel ik kind in de jaren zestig, in 1959 geboren op Rotterdam-Zuid, ook dringend aandacht zou willen vragen voor wat elders gebeurde in dat decennium.


Frank van Dijl:


Goed idee. Ik heb van de Jaren Zestig nog een stapel Hitweeks en flink wat goede muziek natuurlijk. Ik maakte toen trouwens zelf ook een gestencild blaadje in Dordt, maar ik was te jong voor een politieke dimensie.

Ik vrees, dat ik in positieve zin niet veel voor het idee kan betekenen, het zou te zeer jeugdsentiment worden.


Cor Gout:


Helemaal raak.


Recent gekeken naar TV0-documantaires over Malcolm X, Martin Luther King en de 10-delige documentaire over Pim Fortuyn

Ik ga nadenken over het Museum van de Jaren Zestig

Dank voor je stuk.


Saskia Moerbeek:


Ik merk dat ik wel wat twijfels heb bij een museum over de Jaren 60.

Voor de meeste mensen in de jaren zestig was toch het vooral gezinsleven- in- rijtjeshuizen.

En krijgen we dan voor ieder decennium een museum? En natuurlijk de vraag hoe het gefinancierd zou moeten worden.

Kortom , ik weet het niet zo goed. Niet om te ontmoedigen. Ik kan mij voorstellen

dat als er een méér uitgewerkt concept ligt, ik er wel enthousiast over kan worden



Ton Biesemaat:


En leuk idee. In 1970 was ik dertien. Met uitzondering van de popmuziek was mijn ervaring als kind dat die jaren walmden van de spruitjeslucht.

Hoewel in Vlaardingen, waar ik woonde, je buitenshuis meer toxische dampen

uit Pernis over je heen kreeg.

Popmuziek en lange haardracht werden snel opgenomen in de maatschappij, maar verder leek het mij als kinderlijk observator gewoon overgaan tot de orde van de dag.

.

Kun je niet -tig tuinkabouters laten plaatsen in de ruïne van de Vondelkerk?

En dat Roel van Duijn dan de Nieuwe Oranje Vrijstaat uitroept?

Sjarel Ex:


Beste Manuel, ja, Notre Mademoiselle d'Amsterdam! Ze staat hier om de hoek bij de Overtoom. Zo mooi geplaatst in de stad! De favoriet van Cuypers zelf. Een van de weinige kerken, waar ik nog echt iets mee heb.


Kom ik op je plan, De functie van de kerk is al dertig jaar lang – na een verbouwing aangevuurd door Frits Becht – heel multidisciplinair en multifunctioneel : kantoren,

optredens, kerkdiensten, stembureaus.

Wij wonen volgens de makelaars hier ter stede zelfs in de Vondelkerkbuurt,

Ik denk dat deze voormalige kerk al zozeer gunstig gesaeculariseerd is, dat iedereen het als clubhol mist. En in het verlengde daarvan, dat de Provo's hun heil moeten zoeken in de bestaande musea.

Na 65 jaar heb je best kans dat het Rijksmuseum daartoe actie onderneemt, als was het maar in de nieuwe afdeling in Eindhoven.


En als klap op de vuurpijl in de Vondelstraat:


Roel van Duijn:


Manuel, wij zijn toch geen museumstukken!



( Joop BNN VARA Opinie 7 Januari 2026)